Literatuur - Nummer 5

 

Beste vrijduikers!

Om te vervolgen met onze literatuurreeks omtrent de carpa (of glossopharyngeuse insufflatie-GI- of "packing" in het Engels), bied ik een samenvatting van de recente studie getiteld: "De perfusie van de longen en de samenstelling van de borstwand worden door glossopharyngale inademing gewijzigd" Leigh Seccombe et al. (zie hieronder voor de volledige referentie).

In dit artikel heb ik geleerd dat de oorsprong van de carpa een therapeutische techniek heeft bij patiënten die lijden aan
neuromusculaire aandoeningen om hen te helpen het ademvolume te verhogen en het vermogen te hoesten te verbeteren.
De techniek werd pas later gebruikt door vrijduikers om hun prestaties te verbeteren.

We zagen in artikel nr. 4 dat de carpa, in elke omstandigheden verlittekening van de longen veroorzaakte, het zogenaamde pneumomediastinum (longen die "lekken") en ook kan leiden tot syncope door het simpelweg te beoefenen ervan. Dit wijst erop dat het probleem ligt in de bloedsomloop in plaats van een probleem van hypoxie of hypercapnie.

In deze studie werden 6 freedivers en niet-rokers zonder gekende hart-of longziekten bestudeerd alvorens (TLC) en na (TLC + GI) geoefend van de carpa (minimuum 72h interval tussen de twee metingen). De perfusie van de longen werd door middel van scintigrafie onderzocht, met behulp van een radioactieve tracer en eveneens een CT-scan van de proefpersonen, liggend op de rug. Alle beelden werden geanalyseerd door twee onafhankelijke, nucleair geneeskundigen en door middel van blinding (dit betekent dat men van de betreffende situatie niet afweet, TLC of TLC+GI, toen de beelden werden genomen).

Het gemiddeld gemeten volume na het beoefenen van de carpa had een waarde van 1,4 ± 0,3 liter. Bleek dat proefpersoon nr. 6 de carpa onvoldoende wist uit te voeren, omdat het uitgeademende volume ongewijzigd bleef. Het is een perfect bewijs dat deze proefpersoon een uitstekende controle was voor de anderen.
 

Er werd een aanzienlijke vermindering vastgesteld van longperfusie na een carpa, in vergelijking met de normale toestand.
Er was een verlaging van de intensiteit waarneembaar van de perfusie in de voorste en inferieure longkwabben als geen significante wijzing in de achterste kwabben, superior en midden (Figuur 1).

  

Figuur 1. Gemiddelde vermindering in de intensiteit van longperfusie na het toepassen van de carpa (TLC+GI) in vergelijking met normale inhalatie (TLC). Wit vierkant: vermindering <5% grijs vierkant: 6-15% korting; zwart vierkant: 16-35% reductie (Seccombe et al.., 2010).

Medische beeldvorming heeft aangetoond dat de toename in volume na de carpa plaatsvindt door de uitbreiding van de borstwand en de neerwaartse beweging van het middenrif, gepaard met een verschuiving van het vasculaire mediastinum (middelste gedeelte van de borstkas). In de pulmonale regio waar de uitzettingen optreden, wordt een reductie van perfusie waargenomen
(op sommige plaatsen zelfs ontbreken van!). We kunnen ons daarom de vraag stellen, wanneer we meer lucht in de longen opnemen, wanneer zij minder doorbloed zijn, daar de zuurstofvoorziening in het bloed minder effectief is.
Anderzijds zou de daling van alveolaire zuurstofspanning trager zijn, als de longen minder doorbloed zijn. Deze perfusie kan zich ook evolueren met de zwaartekracht en de houding, die kan leiden tot een betere "extractie" van alveolaire zuurstof.

In een notendop kunnen we stellen dat, de toepassing van de carpa, verhoogd de hoeveelheid lucht, in de regio van de longen, maar worden deze ook minder goed doorbloedt. Dus als enig gunstig effect van de carpa is aangetoond in statische en dynamische apnea (Overgaard et al., 2006 -. zullen we volgende week zien), misschien heeft het voornaamste effect van de carpa, een grotere buffer volume te hebben, tegenover de stijging van de druk bij het apneuduiken in de diepte?

Ziehier de complete referentie die ik jullie kan meegeven:

Seccombe LM, Chung SC, Jenkins CR, Frater CJ, Mackey DW, Pearson MA et al. (2010). Lung perfusion and chest wall configuration is altered by glossopharyngeal breathing. Eur Respir J 36: 151-6.

En de referentie hierboven (die we volgende week behandelen):

Overgaard K, Friis S, Pedersen RB, Lykkeboe G (2006). Influence of lung volume, glossopharyngeal inhalation and P(ET) O2 and P(ET) CO2 on apnea performance in trained breath-hold divers. Eur J Appl Physiol 97: 158-64.

Aarzel niet om vragen te stellen, ik zal trachten te reageren in de mate van mijn vermogen ;-)

a+

Feli

Tags: